Fotograferen met op iedere hoek een agent?


Annemieke Kok | 19 mei 2020

De eerste keer dat ik naar China reisde, ging ik volledig onvoorbereid op pad. Een vriendin haalde mij over om mee te gaan en ik was te druk met opdrachten om mij eens flink van te voren in te lezen. Veel wist ik niet van het land. Opgevoed met het ‘gele gevaar’ was mijn beeld niet erg positief. Ik stapte dus onvoorbereid, maar licht bevooroordeeld in het vliegtuig. Ik dacht dat op iedere hoek een agent zou staan die mij heel goed in de gaten ging houden. Want ja, een Westerling met camera om de nek, zou dat niet voor problemen zorgen?

Spelende kinderen op straat in Putao

Het tegendeel is waar. Fotograferen in China is nauwelijks aan regels gebonden. Natuurlijk zijn er een aantal locaties of situaties waarbij je niet je camera moet gebruiken, zoals militair terrein, grensovergangen en sommige religieuze plekken. Maar dat is niet anders dan in andere landen. De Chinezen vinden het geen enkel probleem om gefotografeerd te worden. Ze zijn er zelf ook heel druk mee. Ik leerde dat hoe meer ik mijzelf openstelde naar de lokale bevolking, ik steeds meer voor elkaar kreeg met mijn camera. De contacten waren zo hartelijk en fijn. En dat zonder één woord Chinees, want lichaamstaal is universeel.

Die eerste reis pakte het land en de inwoners mij volledig in. Met een mooie strik erom. Het is een land dat vraagt om gefotografeerd te worden. Zowel de mensen als de natuur.

En die politieagent? Die staat er niet. Wel een camera.